langhuis

dingplaats

publicaties

publicaties

Links

gjallar

dorestad

museumdorestad

academia

Blogs

Liudger

De kleine lyra van Elblag

Franken en Friezen

Het wonder van Dorestad

De reis van Katla

Uniek object uit de Vikingtijd

De vedel 7 - De lyra uit Haithabu

De magie van de gehoornde Vikinghelm

Een 'Tudor'-vedel

Beam me up, Scotty

De vedel 6 - De bouw van een reconstructie

De vedel 5 - Gudoks uit Veliky Novgorod

De vedel 4 - Vondsten uit Veliky Novgorod

De vedel 3 - De gudok

De vedel 2 - De oostelijke route

De vedel 1

Lotharius en het coronavirus

Vortigern en de brexit

Blogarchief

Persoonlijke geschiedenisblog over de Vikingtijd,
over allerlei onderwerpen uit de (vroege) middeleeuwen


22 september 2021
Liudger

Op het omslag van de herdruk van mijn boek De Friezen staat een middeleeuwse afbeelding van Karel de Grote die een klooster aan de Utrechtse missionaris Liudger schenkt.
Deze geestelijke werd halverwege de achtste eeuw geboren in de buurtschap Zwezen, waar nu de Utrechtse wijk Zuilen te vinden is. Hij was een telg uit een rijke familie van Friese grootgrondbezitters uit het Vechtgebied. Liudgers grootouders schikten zich naar de op expansie beluste Frankische machthebbers en lieten zich dopen, nog voordat deze vreemde overheersers hun streek veroverd hadden. Ze werden er niet slechter van.

Liudger Liudger maakte een pelgrimsreis naar Rome en het klooster Monte Cassino ten zuiden van de eeuwige stad. Dat bezoek inspireerde hem zelf een klooster op de landgoederen van zijn familie te stichten.
Voorlopig kwam daar niets van terecht, omdat Karel de Grote hem naar het laatst veroverde deel van het Friese gebied stuurde om de heidense bevolking tot het christendom te bekeren.
Enkele decennia eerder had Bonifatius daar de volkswoede over zichzelf afgeroepen door heidense tempels te vernielen, wat hem fataal was geworden. Liudger maakte het zelfs nog bonter door de heiligdommen van het volk te plunderen en de geroofde kostbaarheden naar Utrecht over te brengen. Anders dan zijn voorganger kwam hij ermee weg, omdat de Frankische bezetter het gebied inmiddels effectief onder controle had.

Zijn niets ontziende werkwijze legde Liudger geen windeieren. Karel de Grote beloonde hem met de vijf Oost-Friese gouwen waar hij het evangelie had verkondigd. Met een missieopdracht op zak reisde Liudger naar Saksen. In het tegenwoordige Münster stichtte hij het kanunnikenstift Monasterium. Vanuit deze uitvalsbasis predikte hij onder de Saksische bevolking.

De banden met Utrecht verwaterden. Hij zou er nimmer een belangrijke positie bekleden, niet als abt, niet als bisschop. In plaats daarvan werd hij bisschop van Münster. Het zwaartepunt van zijn activiteiten lag echter in het klooster Werden, waaraan hij zijn familiegoederen zou schenken en waar hij ook begraven zou worden.

Een meer uitgebreide versie van deze tekst is op de site van UtrechtAltijd te vinden.


vedel 8 augustus 2021
De vedel 8

De kleine lyra van Elblag
De Byzantijnse lyra heeft zich al vroeg door Oost-Europa verspreid. Hiervan afgeleide strijkinstrumenten, zoals de Bulgaarse gadulka, worden nog altijd bespeeld, maar archeologische vondsten zijn zeldzaam. Zo'n vondst is bekend uit het Poolse Elblag/Elbing ten zuidoosten van Gdansk, waar in een – niet nader gedateerde – beerput een klein snaarinstrument werd gevonden met een totale lengte van 333 millimeter.
Elblag


Het corpus van de lyra uit Elblag (Uit: Fonferek, Marcinkowski & Sienkowska, 2012, 139)


 

Slijtplekken en butsen maken duidelijk dat het instrument langere tijd in gebruik is geweest. Het was in zijn geheel ruw uit een stuk lindehout (aanvankelijk werd elzenhout verondersteld) gesneden en had een elzen of populier bovenblad met een lengte van 175 millimeter en een dikte van 2 tot 3 millimeter, waarvan een afgebroken stuk van het linker deel ontbreekt. Centraal is een rond klankgat opgenomen.

In de ovale kop zitten vier afgebroken stempennen. De kop is 18 tot 20 millimeter dik en helt naar achteren. Bij wijze van topkam is een 6 millimeter brede en 2 millimeter hoge verdikking tussen stemkop en hals opgenomen. De afstand tussen de toets en de snaren doet vermoeden dat de snaren niet op de toets gedrukt werden, maar met de vingertoppen of nagels bespeeld werden.
Elblag

 


De na- gebouwde lyra uit Elblag.


 

 

Op het bovenblad zitten twee schuin geplaatste rechthoekige afdrukken die vermoedelijk sporen van de voeten van de kam weergeven. In de topkam zitten geen groeven, maar de Poolse onderzoekers meenden aan de hand van de positie van de stemknoppen te kunnen afleiden dat de middelste twee snaren een koor vormden, omdat die een onderlinge afstand hebben van maar 4 millimeter.
Door de snaren anders om de stemknoppen te winden, kunnen de snaren echter wel op gelijke afstand van elkaar worden gespannen, zoals op het nagebouwde instrument te zien is. Er ontstaat dan een configuratie waarbij het instrument veel beter bespeelbaar is dan met het veronderstelde koor.

Met een geleidelijke overgang van de klankkast naar de hals is wel verondersteld dat het Poolse exemplaar een rebec is. Deze strijkinstrumenten zijn echter zelden viersnarig, terwijl ze nooit een centraal klankgat hebben. Het bootvormige corpus en de korte hals maken dit instrument, net als de Russische gudok, eerder verwant aan de Byzantijnse lyra. Door zijn geringe afmetingen doet het nog het meeste denken aan de Kretenzische lyraki, een klein model lyra.

Wanneer we dit strijkinstrument als een lyra beschouwen en niet als een rebec, dan komt de datering die op grond van zijn vorm in de veertiende eeuw is vastgesteld op losse schroeven te staan. Een vroegere datering is dan ook heel goed mogelijk.
Aan de hand van deze gegevens heb ik de hierboven afgebeelde reconstructie van deze lyra getekend en aan de hand daarvan het exemplaar gebouwd dat op de foto te zien is. Het resulteerde in een lastig te bespelen instrument met een gering geluidsvolume, hetgeen, gezien de grootte van het instrument, niet verwonderlijk is. De conclusie is dat deze Poolse lyra alleen maar in de besloten huiselijke kring kon worden gebruikt.

De teksten over de vedel, uitgebreid met meer gegevens en beeldmateriaal, zijn hier bijeen gezet.


14 juli 2021
Franken en Friezen

Oplettende lezertjes zullen al sinds enige weken in rechter marge van deze website twee nieuwe boeken hebben bespeurd, waarvan de omslagen zijn verfraaid met middeleeuwse miniaturen.
Deze beide boeken zijn echter niet nieuw, maar herdrukken van mijn boeken De Franken en De Friezen, voorzien van een nieuw jasje en met enkele kleine inhoudelijke en typografische wijzigingen.

boek       boek

De aanleiding voor deze herdrukken is de start van een nieuwe serie van uitgever Omniboek, getiteld Middeleeuwse geschiedenis van de Lage Landen, waarin deze boeken als eerste zijn opgenomen. De nieuwe uitgave van De Friezen is bovendien op een betere kwaliteit papier gedrukt, waardoor de afbeeldingen meer tot hun recht komen. De laatste uitgave van De Franken was al op deze betere kwaliteit gedrukt.


26 mei 2021
Het wonder van Dorestad

schip Dorestad was een plaats van handelaren en ambachtslieden, een handelshaven waar geestelijken weinig te zoeken hadden. De geestelijke Alcuinus waarschuwde zijn collega’s dat ze maar beter aan Dorestad, de plaats van ‘de gierige koopman’, voorbij konden gaan. Dat deden ze dan ook. De kerk manifesteerde zich nauwelijks in wat in de achtste en negende eeuw de grootste handelsplaats in Noordwest-Europa was.

Toch heeft een geestelijke in de negende eeuw een heus wonder beschreven dat volgens hem in Dorestad had plaatsgevonden. Daar had de Zweedse vrouw Katla aalmoezen onder de armen uitgedeeld. Toen ze aan het eind van de dag in haar geldbuidel keek, bleek die nog net zo gevuld als aan het begin. Slechts de vier penningen ontbraken die ze voor zichzelf had uitgegeven om wat wijn te kopen. Katla Maar wat ze aan de armen had gegeven, was op wonderbaarlijke wijze aangevuld. De priesters die van dit wonder op de hoogte werden gebracht, ‘dankten de Heer dat hij zich had verwaardigd om Katla door een wonder te laten zien dat hij in zijn hemelse koninkrijk alles zou terugbetalen dat door zijn trouwe volgelingen onder de armen werd verdeeld'.

Dit hemelse wonder staat beschreven in mijn boek Katla - de reis naar Dorestad dat vandaag uitkomt. Zoals de titel al doet vermoeden, gaat deze uitgave over heel wat meer dan alleen maar dit wonder. De belevenissen van Katla, haar achtergrond en afkomst, haar motivatie, haar reisdoel en natuurlijk de reis zelf, komen uitgebreid aan de orde. We bekijken de vroegmiddeleeuwse wereld door de ogen van deze ondernemende vrouw.


6 mei 2021
De reis van Katla

schip Na drie jaar bouwen is de replica van het middeleeuwse vrachtschip in Wijk bij Duurstede - steevast 'Vikingschip' genoemd - te water gelaten. De komende weken zal het schip gecompleteerd worden met het zeil en de tuigage. Tegen de tijd dat het schip volledig is opgetuigd, komt mijn boek Katla - De reis naar Dorestad uit. Daarin is de bouw van deze replica en de historische achtergrond van het schip dat hieraan ten grondslag ligt uitgebreid beschreven en afgebeeld.

Katla Hoe moeten we ons een reis aan boord van een dergelijk schip voorstellen? Om daar een beeld van te krijgen, kijken we mee over de schouder van de Zweedse vrouw Katla die halverwege de negende eeuw zo'n reis van haar woonplaats Birka naar Dorestad maakte.
Hoe zag haar wereld eruit en hoe moeten we ons haar reis inbeelden? Wie was zij en waarom ondernam deze moedige vrouw zo'n tocht? De elite maakte reizen en kooplieden trokken er met hun vracht op uit, maar de meesten kwamen zelden of nooit buiten hun eigen streek. Het is niet vanzelfsprekend dat iemand als Katla een reis ondernam die toen een onderneming van formaat was, vol ontberingen en niet ontbloot van gevaar. In haar tijd was zij dan ook een uitzondering.
We maken met Katla de reis naar het zuiden, waarbij we handel en scheepvaart onder de loep nemen. Op welke manier was het handelsverkeer georganiseerd, en wat waren de handelsroutes en belangrijke havens? Hoe werd er genavigeerd, en hoe zagen de schepen eruit? En speciaal van belang voor een beter inzicht in Katla’s reis: hoe waren de omstandigheden aan boord?


19 maart 2021
Gastblog Thomas Kamphuis:
Uniek object uit de Vikingtijd

Van dit unieke object is er, naar mijn weten, geen tweede van dit type voorwerp bekend. Stijl technisch is de decoratie toe te schrijven aan de Noors-Gaelic, in het Engels wordt de term Hiberno-Norse gebruikt. stopper In Ierland, Schotland – met inbegrip van de Hebriden en de Isle of Man leefden van de 9e tot de 12e eeuw een mengvorm van mensen met een Gaelic achtergrond en Noorse immigranten – viking, of anderszins. Deze immigranten vestigden zich in deze gebieden en maakten zich de cultuur eigen van de Gael en mengden zich hier tussen door te trouwen met deze bevolking. In wat wij nu, achteraf, de Vikingtijd noemen, onderscheidde dit gemengde volk zich in hun kunstuitingen alsook in hun vasthoudendheid.

Deze ‘men from the east’ – dat wil zeggen: uit Scandinavië werden nog tot tussen de 12e en 14e eeuw als zodanig onderscheiden door de Engelsen. Eeuwen ná wat beschouwd wordt als ‘het einde van de Vikingtijd’. Uiteindelijk gingen ze in de bevolking op, maar noem vandaag de dag iemand die Gaelic spreekt absoluut geen Engelsman of -vrouw. Die vlieger gaat nog steeds niet op, zoals ook het oude parlement in de open lucht op de Isle of Man laat zien, tot op de dag van vandaag in ere gehouden, Tynwald. Hier worden nog ieder jaar alle nieuwe wetten in de openlucht voorgedragen en op deze wijze voor de bevolking kenbaar gemaakt.

Het voorwerp, gevonden in Engeland, van brons en ongeveer 3,5 cm groot, is uniek in zijn soort. Het heeft er alle schijn van dat het voorwerp als – zeer luxe – dop heeft gefungeerd op een vloeistof dragende fles, in wat voor vorm dan ook. Een vergaand archeologische onderzoek op de binnenkant van de dop zou wellicht laten zien om welke vloeistof het gaat, maar dat is een kostbare aangelegenheid. Een Amerikaanse specialist in voorwerpen uit de Vikingtijd vertelde mij dat hij het vermoeden heeft dat de dop op een kleine container heeft gezeten en dat de inhoud mead was, mede, omdat dit in kleinere hoeveelheden gedronken werd dan het gebruikelijke ale, bier.

De Hiberno-Norse stijl is te herkennen aan de wijze waarop het gezicht op de dop is vormgegeven alsook de ‘vriendelijk’ ogende slang welke over de bovenkant van het hoofd krult. In de wijze hoe het gezicht is vormgegeven en de slangenkop herkennen we daarnaast de Borre stijl. De ronde ogen welke ‘bovenop’ liggen en de duidelijk vormgegeven wenkbrauwen zijn kenmerken van deze stijl, welke het stuk in de laat 9e of 10e eeuw plaatsen. Te zeggen is, wát er verbeeld is, níet of het een bedoeling of anderszins symboliek heeft.

Achter op de dop zien we ook nog een decoratie in Borre stijl, in de vorm van een knoopachtige, gevlochten decoratie. De bronzen dop is bovenop voorzien van een bronzen ring, waarmee de container met vloeistof ergens opgehangen kon worden, dan wel meegedragen. Hoe dan ook moet de bezitter van dit voorwerp een niet alledaags iemand zijn geweest, die zich deze uiterlijke luxe kon veroorloven en vast en zeker indruk heeft gemaakt. Misschien bestond er in de Vikingtijd al zoiets als een flesje Jägermeister voor ‘onderweg’. We zullen het nooit zeker weten, maar geheel ongeloofwaardig klinkt deze aanname niet.


vedel 16 december 2020
De vedel 7

De lyra uit Haithabu
Bij Schleswig in Noord-Duitsland werd op de plaats waar zich de Deense handelsplaats Haithabu (of Hedeby) bevond, het vrijwel compleet bewaard gebleven corpus van een snaarinstrument opgegraven. Het instrument is gevonden in de oever van een watertje dat dwars door de handelsnederzetting heen liep.

Haithabu Het uit één stuk vervaardigde houten corpus heeft een totale lengte van 43 centimeter. Het heeft een peervormige, uitgeholde klankkast en een vlakke hals en kop. Onderin de klankkast zit een gat voor een eindpen, maar gaten voor stempennen ontbreken. Dat laatste is, samen met het ruwe, onafgewerkte oppervlak, een aanwijzing dat het instrument nooit is afgebouwd. Het bovenblad en andere onderdelen ontbreken.

Haithabu In de catalogus van houtvondsten uit Haithabu wordt het vondstjaar als onbekend opgegeven. Daarom zou het volgens Haithabu-expert Sven Kalmring heel goed een vondst van Herbert Jankuhn kunnen zijn die in de jaren dertig van de vorige eeuw intensieve opgravingen van nederzettingsresten uit de negende en tiende eeuw leidde.
Het viel Graeme Lawson en later ook Kurt Schietzel in zijn standaardwerk over Haithabu al op dat dit instrument een grote gelijkenis vertoont met de als gudok beschreven instrumenten uit Veliky Novgorod, waarvan we hiervoor al zagen dat het oudste teruggevonden fragment uit de elfde eeuw stamt.

Haithabu Van de West-Europese strijkinstrumenten lijkt het vanwege de bolle achterzijde nog het meeste op de rebec die samen met de strijkstok uit het Arabische gebied naar Europa kwam, waar dit instrument in de elfde eeuw in de iconografie opduikt. In de literatuur wordt de vondst uit Haithabu dan ook vaak een rebec genoemd, maar dit instrument wijkt daarvan af door het ontbreken van een (lange) hals, zoals we ook bij de gudok zien. Daarmee lijkt het eerder in de traditie te staan van de korthalzige lyra, het strijkinstrument dat in Byzantium in zwang was en door handeldrijvende Noormannen via de Russische rivieren het noorden heeft bereikt.

We zouden de vondst ervan eerder in Birka kunnen verwachten, de Zweedse handelsplaats die de meeste handelscontacten met het oosten had. Toch is het niet vreemd dat dit instrument speciaal in Haithabu werd gevonden, omdat de omstandigheden van de drassige en kleiige bodem er optimaal zijn voor de conservering van hout. Er zijn dan ook vele houten objecten in de ondergrond van de nederzetting opgegraven. Verreweg de meeste daarvan stammen volgens Sven Kalmring uit de negende eeuw, omdat hout uit de tiende eeuw hier veel slechter bewaard is gebleven. Daarmee is de lyra uit Haithabu de vroegste vondst van een strijkinstrument in West-Europa.

Mogelijk werd met dit soort instrumenten het gezang begeleid dat een Arabische waarnemer die Haithabu in de tiende eeuw bezocht, weinig complimenteus kwalificeerde als hondengeblaf, 'maar dan veel beestachtiger'.

De teksten over de vedel, uitgebreid met meer gegevens en beeldmateriaal, zijn hier bijeen gezet.


25 oktober 2020
De magie van de gehoornde Vikinghelm

Op deze herfstige dag mijmer ik over de hoorns die steeds maar weer op Vikinghelmen opduiken, ook al was deze versiering volledig onbekend bij dit woeste krijgsvolk. Al in de negentiende eeuw verschenen er in opera's Germaanse helden met gehoornde helmen, een beeld dat de filmindustrie in Hollywood maar al te graag overnam.
Hoorns zijn attributen van de duivel bij uitstek. Ze lijken overgenomen van de Griekse god Pan die half mens en half geit was en daarom hoorns had. Christenen hadden deze in hun ogen boemelende schuinsmarcheerder letterlijk gedemoniseerd en daardoor is het goed denkbaar dat het uiterlijk van Pan model stond voor dat van de duivel, compleet met hoorns.
blog


Beeldje met een gehoornde helm uit de bronstijd, in de achttiende eeuw gevonden in het Deense Grevensvaenge.


We komen hoorns samen met slakken tegen als heidense symbolen in een kerkelijke lijst met afkeurenswaardige praktijken uit de achtste eeuw. Misschien moeten we de daarin gebruikte Latijnse begrippen voor hoorns en slakken niet materieel opvatten en eerder interpreteren als sikkels en spiralen. We vinden dit soort symbolen al op prehistorische megalieten afgebeeld. De spiraalvormige labyrinten in middeleeuwse kerken zouden kunnen teruggaan op dergelijke symbolen op altaren in heidense cultusplaatsen die oorspronkelijk op de plek van die kerken stonden.

Spiralen worden wel in verband gebracht met de cyclus van leven en dood. We zouden ook kunnen denken aan symbolen die voor de zon en de maan staan. Deze hemellichamen werden als tegenpolen beschouwd. De Griekse Artemis, godin van de maan, en Apollo, god van de zon, waren tweelingen. Het vrouwelijke werd met de nacht, het mannelijke met de dag geïdentificeerd. Daarmee kunnen de sikkel en de spiraal een astrologische betekenis hebben.

We kennen afbeeldingen van gehoornde helmen op bronzen plaatjes uit het grafschip van Sutton Hoo, dat rond 600 is gedateerd, en enkele soortgelijke vondsten in Zweden, maar de hoorns op Vikinghelmen zijn een moderne uitvinding. Het lijkt erop dat de bedenkers zich vooral hebben laten inspireren door de gehoornde helmen die uit de bronstijd bekend zijn.
De bladeren vallen en ik mijmer verder.


20 september 2020
Tussen de bedrijven: een 'Tudor'-vedel

De afgelopen weken heb ik een kleine 'Tudor'-vedel gebouwd naar voorbeeld van de schamele resten van een van de twee originele strijkinstrumenten die tijdens de berging van het oorlogsschip de Mary Rose in Engeland letterlijk boven water kwamen. Dit schip, de trots van de Engelse koning Hendrik VIII, was in 1545 voor de Engelse kust bij Wight gezonken, maar de beide vedels zijn van een type dat een halve eeuw eerder in zwang was.

blog
Wapenbroeder Jan van Cappelle was al tijden geleden aan de bouw van een reconstructie begonnen. Hij had een uitgehold corpus liggen met de kenmerkende kwartronde uitsparingen op de hoeken, maar kwam er niet meer aan toe het instrument af te maken. Daarom nam ik het werk van hem over en heb het corpus verder gevormd, een hals en stemkop gesneden en voorzien van een toets en een kielhoutje. Vervolgens heb ik een bovenblad met de beide klankgaten gemaakt en het instrument gecompleteerd met een staartstuk, een kam, een eindknop en stemsleutels. Ten slotte heb ik de vedel bespannen met drie darmsnaren en gestemd met intervallen van een kwint en een kwart, een veel voorkomende (bourdon)stemming uit die tijd.

Eenmaal afgebouwd was het tijd om het instrument eens goed aan de tand te voelen. Het eerste dat opvalt is de geringe grootte ervan. Met een totale lengte van nog geen 50 centimeter kan het alleen maar tegen de borst worden gezet en - anders dan bij een viool - worden ondersteund met de muis van de linkerhand, waarbij de duim om de toets heen grijpt. Het is daarmee lastig hogere posities dan de eerste te spelen, ook al biedt de lengte van de toets wel die mogelijkheid.

blog
Aanvankelijk had ik de vedel met een moderne strijkstok uitgeprobeerd, maar nadat ik de originele stijve en korte (45 centimeter) stok had nagebouwd, bleek die veel geschikter te zijn voor dit instrument. Toen ik de strijkstok op allerlei manieren had uitgeprobeerd, bleek de beste manier de haren vlak te houden in plaats van onder een hoek, zoals gebruikelijk.
Het lijkt ook het beste de stok als een pistool vast te houden met de duim er bovenop en de wijsvinger gekromd tussen de stok en het haar. Daardoor kan de spanning met een draaiing van deze vinger gereguleerd worden om de laagste bourdonsnaar al of niet te laten meeklinken. Het werkt goed, maar ik heb geen enkele afbeelding kunnen vinden waarop een vedelaar net zo strijkt. De muzikant die rond 1520 is weergegeven in het houtsnijwerk van een kerkbank in de Sint-Nonnakerk in Altarnun (Cornwall) met een vergelijkbare vedel als die van de Mary Rose, heeft de (helaas verdwenen) strijkstok in zijn knuist alsof hij een wandelstok vasthoudt.


1 september 2020
Beam me up, Scotty

In een IJslandse saga doet een Noorse boerenschuur dienst als middeleeuwse transporter, zoals gebruikt in de sciencefictionserie Star Trek. In die schuur laten drie mannen zich van Noorwegen naar IJsland teleporteren. Beam me up, Scotty, pardon, Ingimund.

We vinden de avonturen van de Noorse boer Ingimund, die zich in de late negende eeuw in Vatnsdalur op IJsland zou vestigen, beschreven in de Vatnsdaela saga. Een sjamaan van de Sami had hem al eens voorspeld dat hij naar IJsland zou verhuizen. Daar zou hij zijn amulet terugvinden, een zilveren beeldje van de vruchtbaarheidsgod Freyr dat hij van de koning gekregen had.
blog
Ingimund was zijn geliefde amulet al tijden kwijt en wilde het kleinood maar al te graag terug hebben. Daarom huurde hij drie Sami in om het beeldje op IJsland te gaan zoeken. Ze aarzelden om een dergelijke riskante opdracht aan te nemen, maar besloten toch aan zijn verzoek te voldoen. Hij moest hen in een schuur opsluiten en dan zouden ze aan het werk gaan.

Toen Ingimund de schuur na drie nachten weer opende, stonden de Sami zuchtend op en klaagden over de zware tocht vol ontberingen die ze hadden ondernomen. Toch hadden ze zijn amulet gevonden. Maar door een bezwering die de sjamaan had uitgesproken, konden ze het beeldje niet te pakken krijgen. Het vloog steeds weg als ze in de buurt kwamen. Daarom raadden ze Ingimund aan zijn amulet zelf te gaan halen.

De voorspelling van de sjamaan kwam uit. Ingimund verhuisde naar IJsland, naar de plek waar de amulet voor het laatst gezien was. Hij liet zich echter niet teleporteren, maar voer er op profane wijze met een schip heen. Het is overigens niet bekend of hij zijn amulet ooit weer heeft teruggevonden.


vedel 7 augustus 2020
De vedel 6

De bouw van een reconstructie
Voor een goed begrip van de gudok kan de bouw en vervolgens het bespelen van een reconstructie verhelderend werken. Daarom ging ik aan de slag met de details die Kolchin in zijn overzicht van opgegraven houten objecten heeft gepubliceerd. Aan de hand daarvan werkte ik een bouwtekening uit die als basis diende voor de bouw van de recontructie.
reconstructie

 


De bouwtekening van de reconstructie.


De gudok die model stond voor deze reconstructie is het exemplaar uit de late twaalfde eeuw van de opgravingssite Nerevsky. (inventaris nummer 17-19-859)

Het bootvormige corpus met een driehoekige kop is uit één stuk sparrenhout gesneden en heeft een kop met eenvoudige ingesneden patronen. Drie gaten waar de stemknoppen hebben gezeten maken duidelijk dat het instrument drie snaren heeft gehad. De uitgeholde klankkast was afgedekt met een dun bovenblad waarvan de dikte kan worden afgeleid uit de diepte van de sponning aan de voet van de kop.
Omdat het bovenblad niet bewaard is gebleven, is voor de reconstructie gebruik gemaakt van het blad van het instrument uit het midden van de veertiende eeuw, waarvan zowel het corpus als het bovenblad van sparrenhout is gemaakt. Dit instrument heeft een lengte van 300 mm en is dus kleiner. Het bovenblad heeft een dikte van 4 mm. Er zijn twee gaten in de vorm van een cirkelsegment in opgenomen met een lengte van 50 mm en een breedte van 13 mm.
reconstructie

 


De afgebouwde reconstructie, compleet gemaakt met stemknoppen, kam en eindknop, bespannen met darmsnaren.


De totale lengte van het instrument is 410 mm, de breedte is 115 mm en de dikte van het corpus (inclusief het bovenblad) is 60 mm. De wanden van de klankkast zijn gemiddeld 5 mm dik. De inhoud van de klankkast is 550 cc.
De kop heeft een lengte van 99 mm en een breedte van 73 mm. De hals heeft bij de insnoering een breedte van 33 mm. De drie gaten waar de stemknoppen in steken hebben een diameter van 7 mm. De hartafstand tussen de snaren is 18 mm.

Dichtbij de kop zijn in het bovenblad vier kleine ronde klankgaten opgenomen, gerangschikt in een ruitpatroon. In de onderste punt van het bovenblad en het corpus is een gat opgenomen voor een eindknop om de snaren (of een staartstuk) aan te bevestigen. Een los gevonden bovenblad uit Novgorod had net zo'n bevestigingsgat voor een eindknop.

Het instrument werd voorzien van drie darmsnaren. Bij een mensuur (de lengte van de vrij trillende snaar tussen de kam en de stemknop) van 265 mm (de middelste snaar) en 250 mm (de buitenste twee snaren), is de hoogst haalbare toon C5 (523,3 Hz) van een snaar van een enkele gedraaide schapendarm. De laagste toon waarbij een dikke snaar van drie in elkaar gedraaide schapendarmen bij deze mensuur nog goed klinkt is C4 (261,6 Hz). Daarmee is het mogelijk het instrument in een kwint en een kwart te stemmen: C4-G4-C5.

Klik hier om een indruk te krijgen hoe de gestreken gudok klinkt. (Dit instrument is C4-C4-F4 gestemd.)

De teksten over de vedel, uitgebreid met meer beeldmateriaal, zijn hier bijeen gezet.


vedel 24 juli 2020
De vedel 5

Gudoks uit Veliky Novgorod
De meest complete resten van de snaarinstrumenten die door de opgravers als gudok werden aangeduid, werden in de jaren vijftig van de vorige eeuw op de archeologische site van Nerevsky in het centrum van Veliky Novgorod aan de Volchov opgegraven. De vroegste vondst, een fragment van de onderkant van een klankkast, dateert uit het midden van de elfde eeuw. (Moskou, Archeologisch Instituut van de Academie van Wetenschappen van de USSR, Novgorod inventarisnummer 23-29-775).

Een geheel bewaard gebleven corpus met stemkop werd gevonden in lagen van de late twaalfde eeuw. (inventarisnummer 17-19-859) Deze kwam tevoorschijn in een hoek van de resten van een huis, waarschijnlijk van een ambachtsman, gebouwd in de jaren 80 van de twaalfde eeuw, op het terrein van een landgoed op de kruising van de Velikaya Ulitsa en Kholopyya Ulitsa dat in 1211 afbrandde. Novgorod


Compleet corpus
(no. 17-19-859)
en fragment klankkast
(no. 23-29-775).
(uit: Kolchin 'Novgorods oudheden')


 

 

Een ander instrument (inventarisnummer 9-9-1876), waarvan het corpus compleet met een groot deel van het bovenblad bewaard is gebleven, werd gevonden in lagen die dateren uit het midden van de veertiende eeuw in de resten van een huis aan de Kozmodemyanska Ulitsa dat gebouwd werd na de brand van 1340/1342 en dat op zijn beurt in 1368 afbrandde.
Het stond op een landgoed dat volgens daar gevonden teksten op berkenbast bezit was van de familie Mishinichy die tot de ridderklasse van de bojaren behoorde. In een laag uit de tweede helft van de veertiende eeuw werd bovendien nog een complete stemkop gevonden. (inventarisnummer 8-12-874) Novgorod

 

 

 

 


Corpus en bovenblad. (no. 9-9-1876)
(uit: Kolchin 'Novgorods oudheden')


 

 

 


vedel 16 juni 2020
De vedel 4

Vondsten uit Veliky Novgorod
Bijzonderheden van de gudok zijn voor ons van belang, omdat ze een opvallende gelijkenis vertonen met de resten van verschillende muziekinstrumenten die in de bodem zijn gevonden in het nederzettingsgebied van Zweedse kolonisten bij het Ilmenmeer, 250 kilometer ten zuiden van Sint-Petersburg in het huidige Rusland. Vooral in de voormalige handelsnederzetting en centrum van de bont- en pelshandel die in Noordse saga's Holmgard genoemd wordt, het huidige Veliky Novgorod, werden meerdere bodemvondsten daterend vanaf de elfde tot de veertiende eeuw, aangetroffen. Novgorod


Opgravingslocatie Troitsky in Veliky Novgorod met de resten van houten huizen.


Ook al zijn de overeenkomsten met de gudok frappant, de etnomusicoloog Ulrich Morgenstern is terughoudend om een verband tussen deze instrumenten aan te nemen.
Tussen de archeologische vondsten en de eerste gudoks die we in schriftelijke bronnen tegenkomen zit inderdaad een gat van enkele eeuwen, maar de opvallende overeenkomsten maken het desondanks aannemelijk dat er een verband is en de gudok is voortgekomen uit de opgegraven instrumenten.

Veliki Novgorod ligt aan de belangrijkste voormalige handelsroute naar Byzantium waar Zweedse kooplieden - zij werden Varjagen genoemd - vanaf de negende of tiende eeuw gebruik van maakten. Deze route liep van de Oostzee via de Neva, het Ladogameer, de Volchov, het Ilmenmeer, de Lovatrivier en de Dnjepr naar de Zwarte Zee en was vrijwel geheel bevaarbaar. De Varjagen stichtten deze stad als handelsnederzetting die na de hoofdstad Kiev zou uitgroeien tot de belangrijkste plaats in het Rijk van Kiev. Dit rijk werd volgens de Nestorkroniek halverwege de negende eeuw gesticht door de Varjagenaanvoerder Rurik. Novgorod


Door een kind in berkenbast gekraste tekst en poppetjes.


De ondergrond van Veliki Novgorod herbergt een ware schat aan archeologische vondsten. Er zijn in de loop van de jaren vele duizenden objecten opgegraven. Dit komt door de zuurstofloze bodem van natte klei die vanwege de bijzondere samenstelling conserverend werkt voor zowel organische als metalen objecten. Van grote historische waarde zijn de meer dan 1000 aangetroffen teksten die gekrast waren in berkenbast die op rolletjes bewaard werden. De daarop aangetroffen zakelijke transacties, juridische kwesties, persoonlijke berichten, ‘boodschappenbriefjes’ en zelfs liefdesverklaringen geven een inkijk in een samenleving die op Scandinavische leest geschoeid was en gebaseerd was op langeafstandshandel.


vedel 30 mei 2020
De vedel 3

De gudok
De gudok is een oud Russisch strijkinstrument dat in verticale positie, rustend op het (meestal linker) bovenbeen werd bespeeld, terwijl de muzikant het instrument met de linkerhand bij de hals vasthield. Het werd op volkse dansfeesten gebruikt en voor het eerst in de zestiende eeuw in schriftelijke bronnen genoemd.
Het instrument bleef populair tot in de negentiende eeuw, maar werd uiteindelijk verdrongen door de viool en was sindsdien niet meer in gebruik. Er is van dit typische volksinstrument niet één recent exemplaar bewaard gebleven.
De gudok bestond uit een bootvormige, houten klankkast die uitgehold was, met een vlak bovenblad, waarin klankgaten zaten. Aan de korte, fretloze hals zat een vlakke kop met stemknoppen, waarin geen gat zit, maar een sleuf om de snaren vast te klemmen.
Het instrument was uitgerust met drie snaren die in één vlak lagen, zodat de strijkstok alle drie de snaren tegelijk raakte. Alleen op de eerste snaar werd een melodie gespeeld, de anderen dienden als bourdonsnaren. De melodiesnaar was een kwint hoger gestemd dan de beide bourdonsnaren die unisono of in octaaf gestemd waren.
routes


Fresco uit de elfde eeuw in de Sint-Sofiakathedraal in Kiev van een muzikant die een peervormig strijkinstrument bespeelt.


Anders dan sommige latere uitvoeringen die met een toets werden uitgerust, werd de oorspronkelijke gudok bespeeld door de nagels van de vier vingers – hoewel de pink niet veel gebruikt werd – zijdelings tegen de melodiesnaar aan te drukken. Op die manier konden samen met de open snaar vijf tonen ten gehore worden gebracht. Dezelfde manier van spelen werd al toegepast op de Byzantijnse lyra. Volgens de Griekse auteur Theophylactus Simocatta zouden de Byzantijnen in de late zesde eeuw drie Slaven gevangen hebben genomen die een lyra bij zich hadden. In sommige afschriften van zijn verslag wordt dit instrument gusla genoemd. De gusle was een strijkinstrument dat Cosmas de Priester in de tiende eeuw in een donderpreek tegen de Bogumils in samenhang met wijn, dans en duivelse liederen noemde. Dit instrument wordt ook in de Codex Suprasliensis uit de elfde eeuw genoemd. routes


Deze lyraris bespeelt een Kretenzische lyra in het bergdorpje Anogeia op Kreta (foto Nelli Sougioultzoglou, 1939).


Mogelijk dat hier de gudok bedoeld werd. Anders dan dit instrument heeft de gusle een lange, smalle hals en een klankkast die met een schapenvel is bespannen. Dit instrument is op de Balkan en in andere Zuid-Slavische contreien nog altijd in gebruik.
Op een fresco uit de elfde eeuw in de Sint-Sofiakathedraal in Kiev is een muzikant te zien die een peervormig strijkinstrument tegen zijn schouder houdt die kenmerken van een gusle vertoont.
De gudok lijkt erg op de Kretenzische lyra, een instrumenten dat nog altijd op dezelfde manier worden bespeeld als de gudok. Ook de Bulgaarse gadulka vertoont veel overeenkomsten.


vedel 14 mei 2020
De vedel 2

De oostelijke route
In een opsomming van muziekinstrumenten die in Byzantium bespeeld werden, noemde de Perzische geograaf Ibn Chordadbe in de negende eeuw de lyra als strijkinstrument. Deze moet niet verward worden met het tokkelinstrument uit de klassieke oudheid dat eveneens lyra genoemd werd.

De Byzantijnse lyra had stemknoppen die door een vlakke kop naar voren staken. De melodiesnaar werd van opzij met de nagels bespeeld en niet door een vinger tegen een toets te drukken. Het instrument is afgebeeld op een Byzantijns ivoren kistje uit de late tiende of vroege elfde eeuw als een tweesnarig bootvormig instrument, met een lange, smalle hals, dat rechtop bespeeld werd. routes


Byzantijns ivoren reliëf van een gestreken lyra. (Florence, Museo Nazionale)


Strijkinstrumenten die van de Byzantijnse lyra zijn afgeleid, worden nog altijd bespeeld in Griekenland en andere landen van de Balkan, in Italië en Turkije, kortom in het gebied van het voormalige Byzantium. Deze instrumenten hebben gemeen dat ze zijn gemaakt uit een enkel stuk hout dat is uitgehold en gevormd tot een boot- of peervormige klankkast die uitloopt in een hals met een verbrede kop met naar voren stekende stemknoppen. In het bovenblad zijn twee D-vormige klankgaten opgenomen. In Rusland was tot in de negentiende eeuw de gudok in gebruik, een instrument dat nauw verwant is aan de Byzantijnse lyra en er vermoedelijk uit is voortgekomen.


vedel 28 april 2020
De vedel 1

Vorig jaar leidde mijn speurtocht naar de Germaanse lier tot de uitgave van het boek De lier van Trossingen. Daarin heb ik terloops de komst van strijkinstrumenten naar middeleeuws Europa aangestipt. Nu richt ik mijn aandacht op die vroege ontwikkeling van de verschillende strijkinstrumenten, verzameld in een vergaarbak met de naam 'de vedel'. Trossingen Hoe is de verre voorloper van de viool in onze streken beland en hoe moeten we ons dat instrument voorstellen? Daarvan ga ik periodiek verslag doen op deze blogpagina. Deze verslagen worden verzameld op een aparte webpagina de vedel.

In Noordwest-Europa wordt al sinds mensenheugenis muziek gemaakt op allerlei instrumenten, zoals fluiten, hoorns, slag- en tokkelinstrumenten. Strijkinstrumenten werden echter betrekkelijk laat in onze streken geïntroduceerd. Wat voor instrumenten waren dat? En langs welke wegen kwamen die in Noordwest-Europa?
routes Om met die laatste vraag te beginnen. Er zijn aanwijzingen dat strijkinstrumenten langs twee routes naar Europa kwamen: een westelijke en een oostelijke route.
De Moren introduceerden de Arabische rabab op het Iberische schiereiland, terwijl de Noormannen de Byzantijnse lyra via hun handelsroutes in Oost-Europa vanuit Byzantium naar hun thuislanden in Scandinavië brachten. Kort gezegd ontstond uit de Arabische rabab in West-Europa de rebec, terwijl het Byzantijnse instrument zich in Oost-Europa tot de gudok ontwikkelde. Althans, dat is de werkhypothese waarmee ik aan de slag ga.


1 maart 2020
Lotharius en het coronavirus

Wat heeft de Frankische koning Lotharius met het coronavirus te maken? Helemaal niets. Toch is er wel een gemeenschappelijke factor en dat is de Italiaanse stad Piacenza.
In Noord-Italië zijn verschillende steden afgesloten van de buitenwereld om verspreiding van een nieuwe variant van het coronavirus tegen te gaan. Piacenza is een van de getroffen steden, een stad waar de oude pelgrimsroute naar Rome, de Via Francigena, de po kruist. Het is dezelfde plaats waar in de vroege middeleeuwen koning Lotharius II overleed als gevolg van een infectieziekte.

blog


Afgietsel van het koninklijke zegel van Lotharius II.


De Frankische vorst was op weg naar het noorden. In Rome had de nieuw aangetreden paus Hadrianus II hem eindelijk toestemming gegeven van zijn wettige echtgenote te scheiden om met zijn geliefde concubine Waldrada in het huwelijk te kunnen treden. De kwestie had jarenlang voortgesleept en het zag er naar uit dat Lotharius dan toch eindelijk zijn zin zou krijgen. Aartsbisschop Hincmar van Reims, een fel tegenstander van de door Lotharius zo begeerde scheiding, schreef hierover:

Lotharius verliet Rome goedgeluimd. In Lucca kreeg hij koorts. De ziekte verspreidde zich onder zijn mannen die massaal voor zijn ogen stierven. Hij weigerde dit als goddelijke toorn te zien en reisde naar Piacenza dat hij op 6 augustus bereikte. Op zondag raakte hij tijdens het negende uur vrijwel buiten bewustzijn en verloor zijn spraakvermogen. De dag daarop (8 augustus) stierf hij tijdens het tweede uur. De weinige mannen die de epidemie hadden overleefd, begroeven hem in een klein klooster buiten deze stad.

De koorts waar Hincmar het over had, was de driedaagse koorts, een besmettelijke ziekte die we tegenwoordig malaria noemen.

En nu wordt Piacenza weer met een besmettelijke ziekte in verband gebracht, ook al wordt die nu veroorzaakt door een virus en niet door een eencellig organisme, zoals in de dagen van de onfortuinlijke Lotharius. De vorst werd begraven in de basiliek van Sint-Antonino, destijds net buiten de muren van de stad. Het huidige Romaanse kerkgebouw stamt uit de elfde eeuw en is een bezoek waard.

Alleen nu even niet.


3 februari 2020
Vortigern en de brexit

Het heeft best nog wel lang geduurd voordat brexit een feit is geworden als je bedenkt dat Groot-Brittannië al in de vijfde eeuw werd overspoeld door immigranten. Volgens de Romeinse hofdichter Claudianus kwamen ze toen ook al met bootjes 'zoals de wind hen voortdreef'.
De Britten werden van alle kanten belaagd en vroegen wanhopig steun bij de Romeinse keizer. Die gaf niet thuis. Hij had al problemen genoeg, dus de Britten mochten het verder zelf uitzoeken. Dat deden ze dan ook door militaire hulp aan de bewoners van het vasteland van Europa te vragen. Volgens de Britse geestelijke Gildas - we zouden hem tegenwoordig tot de Tories rekenen - hadden ze daarmee 'wolven in de schaapskooi toegelaten'.

blog
Eerst kwam er een kleine groep vastelanders die in het oosten neerstreek. Gildas noemde hen Saksen. Latere auteurs voerden Angelen en Juten ten tonele en gaven ieder een eigen woongebied in Brittannië, want de Angelsaksische koninkrijken moesten worden opgetuigd met een eigen identiteit en een daarbij passende ontstaansgeschiedenis.
Deze eerste groep vroeg landgenoten zich bij hen aan te sluiten en daardoor groeide de gemeenschap van immigranten. De nieuwkomers vroegen 'protectiegeld' aan de Britten, maar toen de betalingen door verhogingen niet meer op te brengen waren, werd de overeenkomst verbroken. De indringers begonnen het land te plunderen. Ze gingen volgens Gildas tekeer 'als de Babyloniërs in Judea'. Hij wilde er maar mee zeggen dat de Britten de vastelanders nooit hadden mogen binnenhalen.
In latere bronnen duikt de naam van de Britse aanvoerder Vortigern op die de schuld in de schoenen geschoven kreeg. Volgens de Welshe monnik Nennius verkwanselde Vortigern zijn land, omdat hij verliefd was geworden op de dochter van een Saksische aanvoerder. Maar de snoodaard kreeg zijn trekken thuis, want zijn kasteel werd getroffen door een hemels vuur, waarop alle bewoners, waaronder Vortigern, in de vlammen omkwamen.

Het is overigens opmerkelijk dat de bewoners van de gebieden die de nieuwkomers gingen overheersen, anderhalf millennium later overwegend voor een brexit waren, terwijl de naar de periferie verdreven Keltisch-talige bevolking in meerderheid voor 'remain' was. Dat geeft te denken.


Blogarchief


Begin van de pagina

Over mij

Ik ben Luit van der Tuuk, onafhankelijk onderzoeker en publicist.
Mijn interessegebied is een breed scala aan onderwerpen uit de geschiedenis van Noordwest-Europa in de vroege middeleeuwen.
Ik ben conservator in Museum Dorestad.
Daarnaast onderhoud ik de webstekken Dorestad onthuld en Gjallar over de Noormannen in onze contreien.

portret

info@vikinglanghuis.nl

Boeken

boek

boek

Katla

boek

boek

boek

boek

boek

boek

boek

boek

boek

boek

boek

boek

boek

boek

boek

boek

boek

© Copyright Luit van der Tuuk 2015-2021
Gehele of gedeeltelijke overname, verveelvoudiging op welke wijze ook, plaatsing op andere sites, en/of commercieel gebruik van deze site alleen na toestemming van de auteur.