langhuis

Startpagina
Overzicht van mijn meest recente (papieren) publicaties, voornamelijk over de vroege middeleeuwen.

Veel van mijn oudere publicaties, voornamelijk over de vroege geschiedenis van de stad Utrecht, zijn online te raadplegen via Stichts Algemeen Bibliografisch Netwerk (Sabine).

Artikelen die op het web zijn gepubliceerd, zie deze site en mijn site Dorestad onthuld.



Radbod
Koning in twee werelden

Utrecht 2018
uitgever: Omniboek


Niets aan de heidense Friese koning Radbod is wat het op het eerste gezicht lijkt. Om te beginnen was hij geen Fries in de zin van een bewoner van de huidige provincie Friesland. Hij kwam uit het westen van Nederland, zo ongeveer het gebied van de huidige Randstad. In de vroege middeleeuwen werden de bewoners van een groot deel van het Nederlandse kustgebied tot de Friezen gerekend.
Vervolgens was Radbod geen koning in de betekenis van een soevereine vorst. Hij was een Friese legeraanvoerder, maar wel onderhorig aan het Frankische gezag dat in zijn dagen het grootste deel van West-Europa beheerste. In die positie nam hij actief deel aan de machtsstrijd van de verdeelde Frankische aristocratie. Ten slotte was hij eerder een christelijke dan een heidense leider. Ooit had hij een christelijke edelman in zijn gevolg opgenomen. Hij had zelfs zijn eigen dochter aan de zoon en beoogd opvolger van de Frankische hofmeier Pippijn van Herstal ten huwelijk gegeven. Dat maakte Radbod eerder een christelijke aristocraat dan een heidense Friese koning.
Er zijn genoeg Friese legenden over Radbod die eeuwen na zijn dood zijn ontstaan, maar Friese historische bronnen uit zijn eigen tijd zijn er nauwelijks. Vrijwel alles wat we van hem weten is afkomstig uit Frankische en Angelsaksische geschriften. Daarin wordt hij afgeschilderd als een heidense bruut, een wrede tiran die zijn volk knechtte en volhardend het christendom bestreed. Maar klopt dit beeld wel?
Als we iets over Radbod te weten willen komen, moeten we te rade gaan bij teksten die voornamelijk door monniken zijn geschreven. Zij waren vrijwel de enigen die in de middeleeuwen konden lezen en schrijven. Deze zielenhoeders hadden geen goed woord over voor de Friese koning die er volgens hen duistere heidense praktijken op na hield, compleet met huiveringwekkende mensenoffers. Hij werd inktzwart afgeschilderd en als ‘aartsvijand van de kerk’ bestempeld. Ondanks die slechte pen zou de reputatie van Radbod na zijn dood alleen maar groeien.


Scheepvaart en handelsverkeer

Scheepvaart en scheepstypen

Kees Nieuwenhuijsen (red.)
De Slag bij Vlaardingen 1018

Utrecht 2018
uitgever: Omniboek


De aanleiding tot het hoofdonderwerp van dit boek, de Slag bij Vlaardingen in 1018, was de belemmering van het handelsverkeer op de Merwede die werd veroorzaakt door het afpersen van langsvarende schippers. Het ging in het bijzonder om vrachtvaarders uit Tiel die via de Waal en de Merwede naar de Maasmonding voeren. Kroniekschrijver Alpertus van Metz vermeldde dat daardoor de handel met ‘het eiland’ – hij bedoelde Engeland – stagneerde. Uit zijn woorden blijkt dat Vlaardingen op deze belangrijke scheepvaartroute lag.
In de hoofdstukken 'Scheepvaart en handelsverkeer' en 'Scheepvaart en scheepstypen' verkennen we het handelsverkeer in de tiende en de elfde eeuw, de scheepvaartroutes, de handelsproducten en de havens. Wat had Vlaardingen voor betekenis voor het handelsverkeer? Welke vaartuigen meerden in deze havens af?


De Romeinse limes
De grenzen van het Rijk
in de Lage Landen

Utrecht 2017
uitgever: Omniboek


Beschrijving van de Nedergermaanse limes, die dwars door Nederland liep. Deze noordelijke grens van het Romeinse Rijk was zo'n 5000 kilometer lang en liep langs de Rijn. De grenslinie moest Gallië beschermen tegen de Germanen en is één van de grootste infrastructurele werken die ooit in de Lage Landen gerealiseerd zijn. Recente opgravingen hebben veel plaatsen langs deze linie blootgelegd, waardoor de belangstelling ervoor steeds verder aanwakkert.


Een Scandinavische ring uit de Betuwe

Archeologie in Nederland
1-2 (2017), 48-51


In het najaar van 2015 vond detectorzoeker Cees-Jan van de Pol in de Betuwse klei een unieke zilveren vingerring met een typisch Scandinavische versiering. Op korte afstand werden een klompje en een munt gevonden die ook van zilver waren.
De drie objecten bevonden zich binnen een straal van 3 meter en zaten op een diepte van 20 centimeter in de kleiige bodem van een maisveld. Ze zijn gevonden in de buurt van Ommeren in de Gelderse gemeente Buren op de oostelijke flank van een oude stroomrug. Deze slingert met een grote bocht tussen Ommeren en Maurik door het landschap.


Over de saga's

inleidende tekst in:
Peter van Hasselt
Olaf de held van IJsland

Utrecht 2016

uitgever:
Julius de Goede


Olaf de held van IJsland is een verhaal van Peter van Hasselt dat in 1959 als feuilleton in weekblad Donald Duck is verschenen. Het werd geïllustreerd door Hans Kresse, bekend van zijn verhalen over Eric de Noorman.
Het verhaal van Olaf is gebaseerd op het eerste deel van de IJslandse Laxdæla saga, de saga van het dal van de Zalmrivier. We lezen het relaas van Olaf de Pauw die een reis naar naar zijn familie in Ierland ondernam nadat hij ontdekt had dat zijn moeder de dochter van de Ierse koning was.
Olafs avonturen op zee en ook de ongelukkige landing op een vijandige kust zijn gedetailleerd beschreven. Het liep allemaal goed af en de Ierse koning erkende Olaf als zijn kleinzoon.
Na een avontuurlijk seizoen in Ierland keerde Olaf terug naar IJsland waar hij zich definitief in het Laxdal vestigde en met Thorgerd huwde. Zij kregen een zoon Kjartan die genoemd was naar zijn Ierse overgrootvader Muirchertach, een naam die verbasterd was tot Myrkjartan.

omslag


Dokkum. Bonifatius en Bonifatiuskapel

essay in:
Vrijdenken en humanisme in Nederland - 40 plekken van herinnering

Utrecht 2016

uitgever: Thoth


In Dokkum staat een beeld dat ter nagedachtenis aan Bonifatius werd opgericht, maar het is evengoed te beschouwen als een monument ter herinnering aan het verzet van de heidense bevolking tegen het oprukkende christendom.

Wie het beeld in Dokkum goed in zich opneemt, kan zich niet aan de indruk onttrekken dat het afwerende gebaar eerder tegen heidenen in het algemeen dan specifiek tegen de aanvallers van Bonifatius gericht is. We zouden het eveneens kunnen opvatten als een zinnebeeld van de kerk die zich tegen het heidendom keerde. Het is daarmee ook te beschouwen als een monument voor de strijd tegen de oprukkende onvrijheid van godsdienst.

omslag


De eerste Gouden Eeuw.
Handel en scheepvaart in de vroege middeleeuwen

Utrecht 2016

uitgever:
Omniboek


De bewoners van de Lage Landen staan bekend om hun handelsgeest. Handel en scheepvaart vormen dan ook een onverbrekelijk deel van ons erfgoed. In de Gouden Eeuw bevoeren onze handelsschepen de wereldzeeën, maar het was niet voor het eerst dat onze gewesten een vooraanstaande plaats in het handelsverkeer innamen. Want de bewoners van onze kuststreken trokken er al in de vroege middeleeuwen op uit om in den vreemde handel te drijven. Van de zevende tot ver in de negende eeuw onderhielden zij een geolied handelsnetwerk in het hele Noord- en Oostzeegebied dat de economie in het noordelijk deel van Europa op een ongekende wijze deed opbloeien. We kunnen deze periode dan ook met recht als de eerste Gouden Eeuw bestempelen.

We volgen de gang van zaken van het handelsverkeer en proberen die met contemporaine teksten te staven, ook al is dat niet eenvoudig. Want de schriftelijke bronnen die ons zijn overgeleverd, gaan voornamelijk over het formele deel van de handel, over tolheffing of marktrechten. De kennis daarvan hebben we vooral te danken aan officiële stukken. Daardoor is het lastig om wat over de dagelijkse gang van zaken terug te vinden en details te achterhalen van het reilen en zeilen van de kooplieden op wie de vroegmiddeleeuwse handel dreef.

omslag


De Franken in België en Nederland.
Heersers in de vroege middeleeuwen

Utrecht 2016

uitgever:
Omniboek


In de vroege middeleeuwen vochten koningen en krijgsheren van Germaanse stammen de ene dynastieke twist na de andere uit. Toch is het onterecht dit een ‘duistere tijd’ te noemen. Eerder was het een periode van grote verandering waarin zich een nieuw elan aftekende: een tijdperk van staatsvorming waarin onze streken een belangrijke rol speelden. De Lage Landen maakten deel uit van het Frankische rijk. Het gebied van het huidige België en Nederland was de kraamkamer van het imperium dat de grootste soevereine entiteit in West-Europa sinds de Romeinen zou worden.
De belangrijkste van hen worden in een reeks van zestien historische schetsen geportretteerd, voornamelijk gezien vanuit het perspectief van de Lage Landen. We volgen hun lotgevallen en brengen zo de sociaal-politieke geschiedenis van hun tijdperk in kaart. Ieder van hen wordt voor het voetlicht gebracht in een eigen afzonderlijk hoofdstuk dat als een kleine, min of meer op zichzelf staande biografie gelezen kan worden. Tegelijk vormen de hoofdstukken samen een doorlopende geschiedenis van de Franken en hun optreden in onze streken.
omslag


Een zeldzame gouden Vikingring uit Wijk bij Duurstede

Westerheem 65-4 (2016), 196-201


In het najaar van 2012 vond een detectorzoeker in de uiterwaarden van de Lek in de buurt van Wijk bij Duurstede een bijzondere gouden vingerring die meteen als ‘Vikingring’ aangemeld werd. Meerdere keren is op dezelfde plaats gezocht, maar op een enkele fibula na werd verder niets meer ontdekt. Er is dus sprake van een losse vondst. Het gouden sieraad zat in een zanderige bodem op een diepte van ongeveer twintig tot dertig centimeter.


Wijk bij Duurstede
en de hof van Deutz

De stadsrechten van Rhenen, Wijk bij Duurstede en Vianen

Wijk bij Duurstede 2016


In het jaar 1300 kreeg Wijk bij Duurstede stadsrechten van Gijsbrecht II van Abcoude. In de aanloop naar de stichting van de stad hebben de domeingoederen die de abdij van Deutz vanaf de vroege elfde eeuw in Wijk in bezit had een belangrijke rol gespeeld.

De domeinhof van de abdij van Deutz vormde indirect de basis voor de stichting van de stad Wijk in 1300. Daarbij speelde de meier van het domein een belangrijke, zo niet beslissende rol. Hij wist een vooraanstaande positie te verwerven ten koste van de ver verwijderde abdij die langzamerhand weinig meer in te brengen had. Van beheerder van het domein ontwikkelde de meier, in casu de heer van Abcoude, zich tot gerechtsheer van de nieuw gestichte stad. De begrenzingen van de nieuwe stichting lijken, behalve door bezitsverhoudingen, vooral door oude restgeulen van de Kromme Rijn te zijn bepaald. Die vormden een ‘eiland’ dat deel uitmaakte van het Wijkse bezit van Deutz waarop de stad Wijk bij Duurstede werd gebouwd, beschermd door de al bestaande Rijn/Lekdijk. Daardoor ontstond de stad heel uitzonderlijk op een lage plek en niet als een voortzetting van de al bestaande hooggelegen prestedelijke kern bij de Steenstraat.


Bonifatius in Dorestad

De evangeliebrenger van
de Lage Landen - 716

Utrecht 2016
uitgever: Omniboek


Bonifatius was een Angelsaksische missionaris en kerkhervormer die de geschiedenis is ingegaan als één van de grondleggers van de christelijke kerk in Noordwest-Europa. Bovendien smeedde hij een hechte band tussen de toenmalige wereldlijke machthebbers en de Heilige Stoel in Rome. Als missionaris heeft hij in het bijzonder een belangrijke rol gespeeld bij de kerstening van grote delen van het huidige Duitsland waar nog altijd een levendige interesse voor hem bestaat. Daarom wordt hij ook wel de apostel van Duitsland genoemd.
In Nederland is daarentegen maar beperkte belangstelling voor Bonifatius. Wat dat betreft is het tekenend dat niet hij, maar Willibrord, in de Nederlandse geschiedeniscanon is opgenomen. Wel weten velen dat Bonifatius bij Dokkum vermoord is en daarmee de eerste martelaar in onze streken werd. Toch is dat maar een schraal gegeven in vergelijking met zijn activiteiten in andere delen van ons land die ontegenzeglijk een onuitwisbaar stempel op onze geschiedenis hebben gedrukt. Speciaal in het Midden-Nederlandse rivierengebied heeft hij een bijzondere rol gespeeld.
Daarom wordt Bonifatius in dit boek aan de hand van schriftelijke bronnen op zijn levenspad gevolgd om een algemeen beeld te krijgen. Voor de historische achtergrond kijken we naar de Franken en de Friezen, naar Willibrord en anderen met wie hij in de eerste helft van de achtste eeuw te maken had. Vervolgens wordt op Dorestad en Utrecht ingezoomd. We beschouwen welke gevolgen zijn werkzaamheden voor de geschiedenis van deze plaatsen hebben gehad.
Naast dit historische raamwerk laten vertegenwoordigers van verschillende kerkelijke disciplines en richtingen in zeven essays vanuit hun eigen visie hun licht schijnen op de levensbeschouwelijke betekenis van Bonifatius.


De Romeinen

Langs de limes
in de Lage Landen

Utrecht 2016
uitgever: Omniboek


Ruim tweeduizend jaar geleden kregen onze streken, het huidige Nederland en België, met de Romeinen te maken. Halverwege de eerste eeuw voor onze jaartelling onderwierp Julius Caesar het gebied dat hij Gallië noemde en waarvan hij de Rijn als de noordoostelijke begrenzing beschouwde. Toch zou het nog enkele decennia duren voordat er onder keizer Augustus op grote schaal Romeinse troepen naar ons land kwamen en Rome ook werkelijk gezag bij ons ging uitoefenen.

De Romeinen, wie waren zij eigenlijk? Waar kwamen zij vandaan en wat kwamen zij bij ons doen? Op dergelijke vragen geeft dit boek een antwoord. Daarbij is speciaal aandacht voor de activiteiten van de Romeinen in ons eigen gebied en hun contacten met de lokale bevolking. Wie waren de Bataven, Cananefaten, Friezen en andere volken die rond het begin van de jaartelling in ons land woonden? Hoe reageerden zij op de komst van de Romeinse legermacht die uit het zuiden oprukte? Lees over Ambiorix en Julius Civilis, onze eerste nationale helden, en Gannascus, onze eerste piraat, eeuwen voor Piet Hein. En wie kent Brinno, Claudius Labeo, Verritus en Malorix? Het zijn allemaal ‘landgenoten’ die tijdens de Romeinse overheersing een rol in onze geschiedenis hebben gespeeld.

Ten slotte zoomt dit boek in op de limes, de Romeinse rijksgrens die in ons land langs de Rijn liep. De gordel van militaire versterkingen die de Romeinen vanaf de eerste eeuw langs de limes bouwden, is als geheel een van de grootste infrastructurele werken die er ooit bij ons gerealiseerd zijn. Recente opgravingen hebben daar veel van blootgelegd, waardoor de belangstelling voor de limes de laatste tijd is aangewakkerd.

Addie Keizer en
Luit van der Tuuk

De datering van sleutels uit Dorestad

Detector Magazine 143
nov. 2015


In de collectie van Museum Dorestad bevinden zich ongeveer vijftig sleutels waarvan er 22 in de vroege middeleeuwen te dateren zijn. Wanneer we deze vroegmiddeleeuwse exemplaren onder de loep nemen, dan blijkt dat er iets merkwaardigs mee aan de hand is. Al deze sleutels zijn in de bodem van Wijk bij Duurstede gevonden op de plaats waar vanaf de zevende tot aan het einde van de negende eeuw Dorestad bloeide, maar dateren van na de bloeitijd van deze handelsplaats.

Anton Cruysheer en
Luit van der Tuuk


Het Gooi in de vroege middeleeuwen: geschiedens, nederzettingen en vondsten

Archeologica Naerdincklant 3
2015


Over de vroege middeleeuwen van het Gooi is in het verleden meermaals gepubliceerd. Toch zijn er maar twee overzichtspublicaties verschenen. Sindsdien zijn er veel archeologische vondsten bijgekomen, vooral door metaaldetectie onderzoek. Ook hebben er enkele archeologische onderzoeken plaatsgevonden.
In dit overzichtsartikel staat het Gooi en de iets wijdere omgeving centraal. Het onderzoeksgebied omvat de Gooise heuvelrug tussen ’s-Graveland en de Eem plus enkele naastgelegen plaatsen zoals Baarn en Maartensdijk. In het historisch kader komt waar nodig ook de Vechtstreek en enkele andere plaatsen aan bod. In het artikel leggen we vooral de nadruk op wat bekend is uit historische bronnen, plaatsnaamkunde en archeologische vondsten. De combinatie van deze disciplines leidt tot enkele interessante bevindingen die in dit artikel worden beschreven.


Vikingen

Noormannen in de
Lage Landen

Utrecht 2015
uitgever: Omniboek

Meer over dit boek is te
vinden op deze pagina


Na de succesvolle ontvangst van mijn boek Noormannen in de Lage Landen bestond er na zeven jaar behoefte aan een vernieuwde uitgave. Natuurlijk moet die inhoudelijk up-to-date zijn, maar er zijn meer veranderingen doorgevoerd. Afgezien van tal van aanpassingen en uitbreidingen in de tekst, zijn er extra inzetten toegevoegd om verschillende onderwerpen afzonderlijk te belichten. Bovendien is de tekst van noten voorzien en is de literatuuropgave aangepast en geactualiseerd.
Wat bleef is de rode draad, de belangrijke rol die de Noormannen in het bijzonder op politiek gebied in onze contreien hebben gespeeld. Ook in deze uitgave wordt het eenzijdige beeld van de plunderende woeste rovers genuanceerd.
Wie waren de Noormannen en waar kwamen zij vandaan? Waarom zeilden zij naar verre kusten en wat kwamen zij bij ons doen? Hoe handelden zij in onze streken en hoe reageerde de lokale bevolking op hen?
De lange reeks van plunderingen in de Lage Landen wekt de indruk algehele misère. Toch is het gangbare beeld van een door de voortdurende invallen verwoest land onjuist en moet op zijn minst genuanceerd worden. Het aantal strooptochten van de Noormannen in onze streken was gering, zeker als we die tegen de vele rooftochten afzetten die de Frankische legers in dezelfde periode hebben ondernomen. Frankische soldaten gingen net zo te keer als Noormannen, of erger, maar daarover doen de schriftelijke bronnen meestal het zwijgen. Het optreden van de Noormannen zorgde juist voor een economische impuls, geld en goederen kwamen in circulatie, nieuwe markten werden aangeboord. Door deze dynamiek floreerden handelscentra. Een bloei waar vooral onze streken van profiteerden.


Hoe Fries was Dorestad?

Detector Magazine 142
sept. 2015


In de zesde eeuw lag het fort Duristate nog op, laten we zeggen, neutraal terrein. Zowel de Frankische als de Friese machthebbers toonden er weinig belangstelling voor. Handelaren konden hier, op eigen initiatief en hooguit door de lokale elite gecontroleerd, hun handelswaar uitwisselen. Maar nadat de Franken deze strandhandel, die snel in belang toenam, aan het begin van de zevende eeuw gingen domineren, had de plaats de aandacht van de Friezen getrokken. Net zoals de Franken dat deden, wilden Friese aanvoerders aanspraken doen gelden op het strategisch gelegen Dorestad en zo de handel en daarmee de goederenstroom beheersen.


Vroegmiddeleeuwse handelsscheepsvaart

Spiegel der Zeilvaart

Jg. 38 (2014)
in delen vanaf oktober

webpagina Spiegel der Zeilvaart


Vervolg van de serie over vroegmiddeleeuwse handelsscheepsvaart waarvan de eerste vier afleveringen in 2013 zijn gepubliceerd.

5. Het leven aan boord
6. De bemanning
7. Scheepstypen en laadvermogen
8. Scheepsbouw


Machtsstrijd en regionalisering in de vroege tiende eeuw

Karolingers en Ottonen

Breda 2014
uitgever: Papieren Tijger


Het succes van het Frankische Rijk wisselde met de kracht en het prestige van zijn gebieders. Dat succes kunnen we vooral afmeten aan de invloed die ze in de randgebieden van hun territoir uitoefenden. In de vroege tiende eeuw speelden plaatselijke machthebbers in Vlaanderen en West-Frisia een prominente rol bij de ondermijning van het centrale gezag dat toch al door interne machtsstrijd verzwakt was. Aan het einde van de negende eeuw bleef de Vlaamse graaf Boudewijn I de West-Frankische koning nog trouw, maar zijn opvolgers wisten het met succes op te nemen tegen de koningen van hun tijd. West-Frisia vormde een al even onbereikbaar kustgebied van het zwakke Lotharingen. Daardoor konden ook de West-Friese graven een vrijwel onafhankelijke koers varen. Het waren deze Vlaamse en West-Friese graven met landsheerlijke pretenties waar late Karolingische koningen, zoals Karel ‘de Eenvoudige’, terdege rekening mee moesten houden.


De Vikingtijd

Op zoek naar de Noormannen
in Nederland en België

Utrecht 2014
uitgever: Omniboek


In de tijd van Karel de Grote kregen onze kusten met Noormannen te maken. Deze 'mannen uit het noorden' staan vooral bekend als avonturiers, vrijbuiters die de zeeën afschuimden. Meestal worden zij afgeschilderd als plunderende woestelingen die voor niets of niemand ontzag hadden, als Vikingen, piraten uit Scandinavië die plunderend rondtrokken.
Dat beeld moet genuanceerd worden, want de meeste Noormannen waren vredige boeren die zelden of nooit hun eigen streek verlieten. Juist degenen die wel vertrokken, kwamen nogal eens met onze kusten in aanraking. Dat deden ze vooral om er handel te drijven. In het verlengde van die handel lag soms roof, want onder hen waren ook gelukzoekers, ruwe kerels die op zoek gingen naar buit en roem. Daarnaast vormden degenen die door politieke druk hun vaderland moesten verlaten een stroom van Noormannen naar onze streken. Deense edellieden met hun aanhang van avonturiers en outlaws zouden in de negende eeuw bij ons decennialang grip op het politieke krachtenveld houden en er overwegend de dienst uitmaken. Zij waren echter niet de eerste Noormannen die naar ons gebied kwamen, want er waren vanouds nauwe contacten met de noordelijke wereld. De bewoners van onze kusten hadden intensieve handelsrelaties met de Noormannen die met hun schepen naar ons kwamen. Een enkeling vestigde zich hier en bouwde een bestaan op te midden van de plaatselijke bevolking.


Gehelmde vrouwen
op de trans

Beter dan fictie
De mooiste geschiedenisverhalen

Utrecht 2014
uitgever: Omniboek


Duizend jaar geleden verdedigde Adela van Hamaland haar burcht tegen een vijandige overmacht. Dapper verweerde zij zich, slechts bijgestaan door een minimale bezetting van voornamelijk huispersoneel. Om haar tegenstanders te misleiden, liet zij alle beschikbare krachten op de omwalling wachtlopen. Er paradeerden zelfs vrouwen met helmen op hun hoofd om de spiedende belegeraars om de tuin te leiden. De belegering was de slotakte van een politiek drama waarover zij zelf tot het laatst toe de regie voerde, de ontknoping van een machtsspel dat Adela gedreven had gespeeld.


Luit van der Tuuk en Anton Cruysheer

Madelinus in Maartensdijk

St. Maerten, Historische Vereniging Maartensdijk,
no. 46, mei 2014


Beschrijving van een opmerkelijke vondst van een Madelinusmunt uit de zevende eeuw, gevonden in Maartensdijk. Deze gouden munt is een unieke variant. Op de voorzijde staat niet de plaatsnaam, maar een herhaling van het verbasterde MADELINVS M van de keerzijde.


Anton Cruysheer en
Luit van der Tuuk

Gouden Vikingring uit de gemeente Huizen

De Ratel,
Historische Kring Huizen,
febr. 2014, 5-6


In november 2013 deed detectorzoeker Mark Eybers uit Bussum een zeldzame vondst. Op een akker aan de Oud-Bussumerweg in de gemeente Huizen vond hij een fragment van een gouden, zogenaamde Vikingring uit de vroege middeleeuwen. In Nederland is eenmaal eerder een vergelijkbaar exemplaar gevonden met soortgelijke versiering: in Dorestad (Wijk bij Duurstede). Net als het exemplaar uit Huizen is deze versierd met verspringende driehoekjes en kleine rondjes langs de randen.


Anton Cruysheer en
Luit van der Tuuk

Vroegmiddeleeuwse vondsten uit Laren

Kwartaalbericht Historische Kring Laren 127 (2014)


In 2013 deed detectorzoeker Mark Eybers uit Bussum twee zeldzame vondsten. Op een akker tussen de snelweg A1 en de Engweg vond hij een Merovingische fibula van het type 'Domburg'. De tweede vondst betreft een Karolingische sleutel uit circa 800-1000. Beide vondsten zijn niet eerder gedaan in het Gooi.


Luit van der Tuuk en
Roel Lauwerier

Een benen drietand uit Wijk bij Duurstede

Westerheem 63-1 (2014), 2-7


In middeleeuwse nederzettingen worden met enige regelmaat raadselachtige benen voorwerpen aangetroffen. Ze zijn mysterieus, omdat de toepassing ervan onbekend is. Bij gebrek aan een duidelijke functie worden ze naar het meest opvallende kenmerk 'drietanden' genoemd.
Tot voor kort was er, ondanks uitgebreide opgravingen in en rond Wijk bij Duurstede, geen enkele drietand uit Dorestad bekend. Dat is niet zo vreemd, want deze objecten zijn voornamelijk aangetroffen in prestedelijke nederzettingen die pas opkwamen in een periode waarin het handelsknooppunt Dorestad van de kaart was verdwenen. Toch is er bij herregistratie van de collectie in Museum Dorestad een drietand uit de bodem van Wijk bij Duurstede opgedoken. Kwamen deze dan toch al eerder voor?


Luit van der Tuuk en Anton Cruysheer

De Utrechtse Vecht: levensader in de vroege middeleeuwen

Jaarboekje Niftarlake 2013, 102-151


De geschiedenis van de Vechtstreek wordt vooral gedomineerd door het tijdperk van de historische buitenplaatsen, waarvan er nog altijd enkele langs de Vecht liggen te pronken en waaraan deze rivier haar bekendheid geniet. Over de oudere geschiedenis van de Utrechtse Vechtstreek is in het verleden maar weinig gepubliceerd. Enkele archeologische artikelen over vondstinventarisaties van de ijzertijd en Romeinse tijd, alsook enkele geologische artikelen hebben pas recentelijk het daglicht gezien. Ook zijn er slechts mondjesmaat bijdragen geschreven over de vroege middeleeuwen die nagenoeg onbekend zijn bij zowel bewoners, bezoekers als (gemeentelijk) bestuurders. Dit terwijl de Vecht in dit tijdperk juist een interessant decor vormde voor belangrijke ontwikkelingen – zoals de kerstening, de handelsvaart en (militaire) spanningen en troepenbewegingen.


Op zoek naar een Romeins grensfort

Het Kromme-Rijngebied
Jg. 47-4 (2013)

webpagina
Historische Kring
'Tussen Rijn en Lek'


Volgens een anonieme kroniekschrijver bevochten de Franken en de Friezen elkaar aan het einde van de zevende eeuw bij het castrum Duristate. Dat was naar alle waarschijnlijkheid een voormalige Romeinse sterkte, een grensfort in de buurt van Wijk bij Duurstede. Kunnen we deze sterkte identificeren met Levefanum, zoals Byvanck negentig jaar geleden opperde? Vele onderzoekers namen diens veronderstelling blindelings over, waardoor de positie van Levefanum een eigen leven is gaan leiden. Maar moeten we fort Levefanum wel in de buurt van Wijk bij Duurstede zoeken?


De Friezen

De vroegste
geschiedenis van het Nederlandse kustgebied

Utrecht 2013

uitgever:
Omniboek


In dit boek wordt de ontwikkeling van de Friezen vanaf het begin van onze jaartelling tot het einde van de negende eeuw beschreven. Negen eeuwen waarin geen ononderbroken ontwikkeling is geweest. Ook komt naar voren dat het Friese gewest geen politieke eenheid vormde. Verre van dat zelfs. Het was een verbrokkeld gebied dat alleen door buitenstaanders, door Romeinen en Franken, als een eenheid werd gezien.
De enige constante in de Friese geschiedenis is de buitengewone, natuurlijke gesteldheid: de nabijheid van het water, van de zee, getijdengeulen, rivieren en moerassen. We mogen de Friezen daarom met recht als een 'volk van het water' bestempelen. De waterrijke omstandigheden in de zompige uithoek van Europa die ze bewoonden, waren allesbepalend voor de ontwikkeling van de Friese bevolking en leverden de voorwaarden voor de unieke Friese geschiedenis. Het vastlopen van Romeinse troepen, de trage Frankische opmars, het succes van de Friese handel, de moeizame ontwikkeling van het feodale stelsel en de grafelijke macht, het zijn allemaal verschijnselen die op dezelfde oorzaak terug te voeren zijn.
Het Friese gebied lag ingeklemd tussen de zee en uitgestrekte veengebieden en werd door allerlei waterlopen doorsneden. Het lag daardoor geïsoleerd en was tegelijk gefragmenteerd in een reeks van afgezonderde gewesten.

omslag


Vroegmiddeleeuwse handelsscheepsvaart

Spiegel der Zeilvaart

Jg. 37-5 t/m 8 (2013)
in delen vanaf juni

webpagina Spiegel der Zeilvaart


Vroegmiddeleeuwse handelsroutes vormden een handelsnetwerk dat voornamelijk bestond uit waterwegen, zoals kustwateren, rivieren en meren. Die vinden we vooral in ons waterrijke land, dat volgens een kroniekschrijver uit de negende eeuw ontoegankelijk was ‘vanwege ontelbare waterlopen en ondoordringbare moerassen’. Schepen vormden in onze streken, waar veel vrachtvaarders actief waren, dan ook het belangrijkste transportmiddel voor handelswaar.

1. Handelsroutes en avonturiers
2. Bloeiende handel
3. Met de kust in zicht
4. Jagen, roeien en bomen


Luit van der Tuuk en
Anton Cruysheer

'Herekoge' in Vredelant

Vechtkroniek nr. 37
(mei 2012)


Over de beginperiode van de nederzetting Vredelant, die in 1265 stadsrechten kreeg van de Utrechtse bisschop Hendrik van Vianden, is zeer weinig overgeleverd. Heel af en toe wordt er op informatie gestuit die wat meer licht werpt op het Vreeland van de 13e eeuw. In dit artikel wordt in het kort ingegaan op de zogeheten koggendienst, waarvan we de sporen in Vreeland aan de Utrechtse Vecht terugvinden.

webpagina Historische Kring Gemeente Loenen


Vroegmiddeleeuwse kielschepen 2: Kielschepen van eigen bodem

Spiegel der Zeilvaart

Jg. 35-10 (dec. 2011)

webpagina Spiegel der Zeilvaart


In een gedicht van de geestelijke Alcuin is sprake van een schip dat geroeid werd en met gebogen steven door het water kliefde. Het lijkt er dus op dat dit vaartuig, waarmee Alcuin in de late achtste eeuw de Rijn en de Moezel op voer, volgens de Noordse traditie gebouwd was. Blijkbaar werden zulke schepen ook voor transportdoeleinden op het Europese vasteland ingezet. We komen dergelijke geroeide schepen als 'bargas' in de Jaarboeken van Sint-Bertijns tegen. Misschien voer Alcuin met een Friese koopman mee. In een ander gedicht wilde hij de Friese schepen ‘met gewijde verzen vervolmaken’.


Vroegmiddeleeuwse kielschepen 1: Scandinavische kielschepen

Spiegel der Zeilvaart

Jg. 35-9 (nov. 2011)

webpagina Spiegel der Zeilvaart


In tolbepalingen voor de haven van Londen uit het begin van de elfde eeuw komen we de ceol tegen. De ceol is een kielschip en een - voor die tijd - grote vrachtvaarder. Kielschepen werden volgens Scandinavische traditie gebouwd. Niet het vlak, maar de kiel vormde de constructieve basis van deze schepen.

de illustraties zijn van Arne Zuidhoek


De eerste Gouden Eeuw.
Handel en scheepvaart in de vroege middeleeuwen

Utrecht 2011

uitgever:
Omniboek

Dit boek werd uitgegeven in nauwe samenwerking met het archeologische museum Van Bogaert-Wauters in Hamme (Oost-Vlaanderen)


De bewoners van de Lage Landen staan bekend om hun handelsgeest. Handel en scheepvaart vormen dan ook een onverbrekelijk deel van ons erfgoed. In de Gouden Eeuw bevoeren onze handelsschepen de wereldzeeën, maar het was niet voor het eerst dat onze gewesten een vooraanstaande plaats in het handelsverkeer innamen. Want de bewoners van onze kuststreken trokken er al in de vroege middeleeuwen op uit om in den vreemde handel te drijven. Van de zevende tot ver in de negende eeuw onderhielden zij een geolied handelsnetwerk in het hele Noord- en Oostzeegebied dat de economie in het noordelijk deel van Europa op een ongekende wijze deed opbloeien. We kunnen deze periode dan ook met recht als de eerste Gouden Eeuw bestempelen.
We volgen de gang van zaken van het handelsverkeer en proberen die met contemporaine teksten te staven, ook al is dat niet eenvoudig. Want de schriftelijke bronnen die ons zijn overgeleverd, gaan voornamelijk over het formele deel van de handel, over tolheffing of marktrechten. De kennis daarvan hebben we vooral te danken aan officiële stukken. Daardoor is het lastig om wat over de dagelijkse gang van zaken terug te vinden en details te achterhalen van het reilen en zeilen van de kooplieden op wie de vroegmiddeleeuwse handel dreef. De schaarse geschriften die daar nog wat over te melden hebben, werden meestal door geestelijken vervaardigd die niets met handelaren ophadden. Ze fulmineerden tegen de commercie, hoewel ze die ironisch genoeg zelf met hun grootgrondbezit aangezwengeld hadden.

omslag


Vroegmiddeleeuwse binnenvaartschepen in onze streken

Spiegel der Zeilvaart

Jg. 35-1 (feb. 2011)

webpagina Spiegel der Zeilvaart


In de vroege middeleeuwen voeren er in onze binnenwateren twee soorten schepen: aakachtige rivierschepen en protohulken. Onlangs werd tijdens graafwerkzaamheden in een voormalige Rijnbedding in de Utrechtse Vinex-locatie Leidsche Rijn een exemplaar van beide scheepstypen ontdekt. De rivieraak kwam vrijwel zonder beschadigingen tevoorschijn en is daarmee de meest gave vroegmiddeleeuwse platbodem die in Nederland gevonden is. De aangetroffen protohulk was halverwege de achtste eeuw gebouwd en is daarmee veel ouder dan alle andere vondsten van dit scheepstype.

de illustraties zijn van Arne Zuidhoek


Noormannen in het rivierengebied.
De handelsplaatsen Dorestad en Tiel in vuur en vlam

Kampen 2009

uitgever:
Omniboek


De Noormannen begonnen hun plunderingen in het Midden-Nederlandse rivierengebied met een grootscheepse aanval in 834 op Dorestad. De fameuze handelsplaats werd 'op uiterst onmenselijke wijze' verwoest, de bewoners werden gedood of in gevangenschap weggevoerd. Sindsdien was het rivierenland herhaaldelijk het toneel van hun strooptochten. Pas aan het begin van de elfde eeuw kwam er na een tweetal rooftochten een einde aan een lange periode waarin onze streken met de Noormannen te maken hadden. Tijdens die laatste expedities door het rivierengebied werd de handelsplaats Tiel geplunderd en platgebrand. Hun allerlaatste tocht ondernamen de Noormannen in 1009 - dit jaar dus precies 1000 jaar geleden. Deze markante gebeurtenis in onze geschiedenis is de aanleiding voor deze uitgave waarin beide handelscentra Dorestad en Tiel centraal staan.

Meer over dit boek is te vinden op deze pagina

omslag


Koningen en krijgsheren.
De Franken in de Lage Landen

Kampen 2009

uitgever:
Omniboek


De rol van de Franken in ons land is onderbelicht. In de geschiedenis worden de vijf eeuwen tussen het Romeinse verleden en de 'romantische' Middeleeuwen met zijn ridders en jonkvrouwen, ten onrechte overgeslagen. De vroegmiddeleeuwse wereld was anders dan de periode er na die hoofse minstrelen bezongen. In de vroege Middeleeuwen vochten koningen en krijgsheren van Germaanse stammen de ene dynastieke twist na de andere uit. Toch is het onterecht dit een 'duistere tijd' te noemen. Eerder was het een periode van grote verandering waarin zich een nieuw elan aftekende: een tijdperk van staatsvorming waarin onze streken een belangrijke rol speelden. De Lage Landen maakten deel uit van het Frankische rijk. Het gebied van het huidige België en Nederland was de kraamkamer van het imperium dat de grootste soevereine entiteit in West-Europa sinds de Romeinen zou worden. Een kleurrijke stoet van Frankische heersers trekt aan ons voorbij in een parade van opmerkelijke mannen, onophoudelijk in de weer met het vergaren en vervolgens handhaven van macht.
omslag


Deense heersers in de Over-Betuwe
Machtsstrijd in het rivierengebied in de negende eeuw

Bijdragen en Mededelingen Gelre
Historisch jaarboek voor Gelderland 2008

webpagina Vereniging Gelre


In de vroege Middeleeuwen hebben de Franken hun rijk steeds ten koste van hun buren uitgebreid. In onze streken stuitten zij daarbij op het taaie verzet van de Friezen. In de zevende en de achtste eeuw werd er vooral in het Midden-Nederlandse rivierengebied een langdurige strijd gevoerd.
Sindsdien bleef met name de Over-Betuwe van militair-strategisch belang. Dat kwam door de ligging nabij twee splitsingspunten van de grote rivieren en verbindingen tussen de koninklijke palts Nijmegen en de koningsgoederen Elst, Arnhem en westelijker gelegen centra zoals Dorestad. Nieuwe spanningen traden op: Saksische edelen, onder meer uit Hamaland probeerden er invloed te krijgen. Onder het bewind van Karel de Grote en Lodewijk de Vrome zagen zij kans hun gezag in de Over-Betuwe uit te breiden. Na de dood van Lodewijk de Vrome trokken zijn zonen echter rijksgrenzen door het gebied die de Saksische posities in de rivierendelta weer verzwakten.
Met de komst van Deense edellieden, die door de Karolingische vorsten met een leidende positie in de Lage Landen bekleed waren, werd de situatie gecompliceerder. Ook zij begonnen een rol in het machtsspel te spelen. We zullen zien dat hun optreden niet zonder gevolgen bleef. Want door hun komst werd de Saksische invloed ten gunste van andere, met name Friese potentaten teruggedrongen.


Noormannen in de
Lage Landen.
Handelaren, huurlingen
en heersers

Kampen/Leuven 2008

uitgevers:
Omniboek
Davidsfonds


Aan het begin van de negende eeuw voltooide Karel de Grote de verovering van Saksen. Daarmee werden het Frankische rijk en Denemarken buurlanden. De Deense koning kende de reputatie van de naar expansie dorstende Frankische keizer maar al te goed. De spanning, die in de daarop volgende jaren werd opgebouwd, kwam in 808, nu precies 1200 jaar geleden, tot een uitbarsting. De oorlog, die toen uitbrak, was het begin van een lange reeks van vijandelijkheden tussen de Noormannen en het Frankische rijk. Daarbij speelden de Lage Landen vanwege hun ligging en de houding van de bevolking een belangrijke rol.
In navolging van middeleeuwse monniken, zien we de Noormannen vaak nog steeds als duivelse plunderaars uit het noorden. Maar om de bonte stoet van kooplieden, ballingen en allerhande avonturiers zo af te schilderen, is te simpel. In dit boek wordt het eenzijdige beeld van plunderende heidenen genuanceerd. Er wordt een levendig beeld van deze even roerige als onderbelichte periode uit onze geschiedenis gegeven. De samenleving van de bewoners van de Lage Landen en van de Noormannen; het politieke krachtenveld van de omliggende landen; de expansiedrift van de Noormannen wordt geschetst.


Birka en de Friese handel

Sverige Kuriren

nr.2 en 3 / 2008

uitgave van de Zweeds-Nederlandse Vereniging

webpagina
Zweeds-Nederlandse Vereniging


In het Mälarmeer, ten westen van Stockholm, liggen op het eiland Björkö, ofwel Berkeneiland, de resten van wat eens een bloeiende nederzetting was. Deze plaats, het handelscentrum Birka, was aan het einde van de achtste eeuw opgekomen als belangrijkste handelsplaats van de Svear en zou gedurende twee eeuwen een van de weinige 'stedelijke' centra van Noord-Europa vormen. Al snel oefende Birka aantrekkingskracht uit op kooplieden uit de Friese kuststreken. De Friezen bewoonden destijds niet alleen de huidige provincie Friesland maar vrijwel het hele Nederlandse kustgebied. Hun voornaamste haven was Dorestad, gunstig gelegen op de splitsing van de Rijn en de Lek ter plaatse van het huidige Wijk bij Duurstede.


Deense heersers en de Friese kogge in de vroege Middeleeuwen
-
Deel 2: De koggenorganisatie en de rol van de Deense heersers

Spiegel der Zeilvaart

Jg. 31-10 (dec. 2007)

webpagina Spiegel der Zeilvaart


In het eerste deel probeerden we ons een voorstelling te maken van de Friese kogge in de vroege Middeleeuwen. Daarbij baseerden wij ons voornamelijk op vroege vondsten en afbeeldingen op munten, die waarschijnlijk door Friezen in de handelsplaats Haithabu zijn geslagen. Maar er is een grote tijdspanne tussen deze munten uit het begin van de negende eeuw en de opgegraven resten van koggen uit de twaalfde eeuw.
In dit tweede deel gaan we op zoek naar het voorkomen van dit scheepstype in de geschreven bronnen, die de tussenliggende periode kunnen overbruggen. Daarbij brengen we de koggen in verband met een militaire scheepsdienst, de koggenorganisatie, die naar deze vaartuigen genoemd is. En we bezien de rol van Deense heersers bij de introductie van deze scheepsdienst in de Friese kustlanden.

de illustraties zijn van Arne Zuidhoek

Een ingekorte versie van dit artikel is te vinden op deze pagina


Luit van der Tuuk
en
Johanna Maria van Winter

Rondom Egmond
Denen en West-Friezen in Kennemerland

Holland Historisch Tijdschrift

Jg. 39 (dec. 2007)

webpagina Historische Vereniging Holland


In de negende eeuw waren in West-Frisia uit Denemarken afkomstige heersers, zoals Hrœrekr en Guðröðr, heer en meester. Zij werden rond het midden van die eeuw door de Frankische koningen aangesteld om in het algemeen hun belangen te behartigen en in het bijzonder om het kustgebied te verdedigen. Aan het einde van de negende eeuw verdwenen deze Denen van het toneel en werd hun rol overgenomen door de Westfriese graaf Gerulf en zijn opvolgers.
Van de Deense heersers weten we dat met name Guðröðr zich in Kennemerland gevestigd heeft. Ook Hrœrekr moet zich daar regelmatig hebben opgehouden. Daarbij moeten we dan speciaal aan Egmond denken, zoals in dit artikel uiteen wordt gezet.. De Westfriese graven verplaatsten na de teloorgang van de Deense heerschappij het centrum van hun macht uit het gebied van de Oude Rijnmonding naar datzelfde Egmond. In dit artikel proberen we ons voor te stellen hoe de overgang van het bewind van de Denen naar de Westfriese graven heeft plaatsgevonden.


Deense heersers en de Friese kogge in de vroege Middeleeuwen
-
Deel 1: De vroegmiddeleeuwse kogge

Spiegel der Zeilvaart

Jg. 31-9 (nov. 2007)

webpagina Spiegel der Zeilvaart


De kogge was in de hoge Middeleeuwen naast de hulk een populair vrachtschip in de Friese kustlanden. Hoewel er wel aanwijzingen zijn van voorlopers van beide scheepstypen, zijn er alleen van de hulk mogelijke voorgangers gevonden. Vóór de twaalfde eeuw ontbreken tot op heden archeologische vondsten. Op zoek naar de vroegmiddeleeuwse wortels van dit scheepstype volgen we het spoor van de Friese koopvaarders met hun koggen naar Scandinavië. Daarbij proberen we ons een beeld te vormen van de vroegmiddeleeuwse kogge.

de illustraties zijn van Arne Zuidhoek

Een ingekorte versie van dit artikel
is te vinden op deze pagina


Denen voor de poorten van Utrecht

Tijdschrift Oud-Utrecht

Jg. 80-4 (aug. 2007)

webpagina Oud-Utrecht


De eerste keer dat Noormannen naar onze streken kwamen, voeren ze langs Utrecht naar Dorestad. De laatste keer dat we van hun komst naar onze streken vernemen, speelde Utrecht opnieuw een rol. Net als de eerste keer wordt wel hun passage vermeld maar zouden zij Utrecht geen enkele schade hebben toegebracht. De huizen van de portus, de koopmanswijk, gingen weliswaar in vlammen op, maar - zo lezen we in de kroniek van Alpertus van Metz - dat hadden de bewoners zelf gedaan om te voorkomen dat deze de Noormannen dekking zouden bieden bij een belegering van de nabijgelegen bisschoppelijke burcht. De Noormannen kwamen volgens Alpertus niet om te plunderen maar om de Utrechtse kerken te bezoeken. Nadat hun de toegang tot de burcht was ontzegd, voeren zij gewoon weer verder en dat terwijl ze de burcht gemakkelijk hadden kunnen veroveren. Een wonderlijk verhaal dat vraagt om een kritische beschouwing van de beschreven gebeurtenissen.


Deense kapers op de kust:
Walcheren in de negende eeuw

Nehalennia 151

voorjaar 2006

Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen


In de negende eeuw werden de kusten van de Noordzee geteisterd door Deense piraten. Hoewel middeleeuwse kroniekschrijvers begrijpelijkerwijs meer interesse toonden in hun doelen dan in de herkomst van deze plunderaars is er over dat laatste wel iets te zeggen. Want als we de verschillende raids in het Noordzeegebied in de periode tussen 834 en 864 - de periode van de grootste transmariene piratenactiviteit - in kaart brengen dan valt de centrale positie van Walcheren direct op. Is het mogelijk dat zich in de negende eeuw gedurende enige decennia een Deens piratennest op Walcheren heeft kunnen handhaven?

Een ingekorte versie van dit artikel is te vinden op deze pagina.


Denen in Dorestad.
De Deense rol in de ondergang van Dorestad

Jaarboek Oud-Utrecht 2005

webpagina Oud-Utrecht


De vermaarde vroegmiddeleeuwse handelsplaats Dorestad werd in de negende eeuw gedurende enige decennia door Denen beheerst. Deze plaats was na een reeks van vikingraids door de Frankische koning aan hen overgedragen. Zij wisten Dorestad sindsdien redelijk vrij van aanvallen te houden, maar hun aanwezigheid vormde een grote belasting voor de bevolking. Dorestad was door het teruglopen van de lange-afstandshandel al op zijn retour en die economische neergang zette door nadat de handelsplaats bij het Frankische Middenrijk werd ingedeeld en onder Deense heerschappij geraakte. Na de dood van Lotharius II ging zijn rijk ten onder en kwam Dorestad onder invloed van het Westfrankische rijk van Karel de Kale. De plaats werd zo politiek van het traditioneel belangrijke Oostfrankische achterland afgesneden. Hierbij bekleedde de Deen Hrœrekr als vertrouweling van de Westfrankische koning een sleutelpositie. In zekere zin bezegelde zodoende de positie van de Deense heersers en niet de vikingaanvallen het lot van Dorestad.


Ferrum paganorum incanduit.
Het ijzer van de heidenen schitterde

80 pagina's

Turnhout 2005

uitgegeven door het Viking Genootschap


In de negende-eeuwse bronnen komen een aantal Denen voor die een rol hebben gespeeld in de politiek van de Lage Landen: de verdreven Deense koning Klakk-Haraldr, zijn broer Hemmingr, zijn zoon Guðröðr , zijn neven Haraldr 'junior' en Hrœrekr, voorts ontmoeten we Hróðulfr, Guðröðr de Jongere en Ragnarr. De meesten behoorden aantoonbaar tot dezelfde familie. Een familie die koninklijke macht had uitgeoefend in Denemarken. Op Hemmingr na, van wie zo goed als niets bekend is, worden deze Denen afzonderlijk geportretteerd.
Gebruikte Lotharius de vikingen al als een excuus om een leger op de been te kunnen brengen, Karel de Kale gebruikte hen als propagandamiddel. Translaties van relieken van heiligen onder de dreiging van vikingraids werden door hem dankbaar aangegrepen om medestanders te winnen in de strijd. Raids die nota bene werden aangewend als dekmantel voor de diefstal van relieken. Terwijl de geestelijken in koor huilden dat zij voortdurend het ijzer van de heidenen zagen schitteren (ferrum paganorum incanduit) gingen zij er heimelijk met de kostbare relieken vandoor.


Een Deen in de Betuwe?

De Ravenbanier

voorjaar 2004

uitgegeven door het Viking Genootschap


Soms kunnen verschillende aanwijzingen leiden tot een conjectuur zonder hiervoor voldoende zekerheid te krijgen. Een dergelijke gedachtengang wordt gewoonlijk niet gepubliceerd. Toch kan het af en toe nuttig zijn hierover iets te schrijven opdat anderen op zoek kunnen gaan naar meer aanwijzingen. Al was het maar om op zijn minst anderen te inspireren. Uiteindelijk is geschiedkunde bedrijven zowel een zoektocht naar puzzelstukjes als het aan elkaar passen ervan. Daarom wil ik de lezer deelgenoot maken van de redenering die geleid heeft tot de gedachtengang dat de negende-eeuwse Betuwse graaf Ansfried wellicht van Deense afkomst zou kunnen zijn en thuishoort in het rijtje van Deense heersers in de Lage Landen. Een redenering waaraan overigens geen conclusie wordt verbonden.


Gingen de Utrechtse bisschoppen Hunger, Odilbald en Radbod vanwege de Noormannen in ballingschap?

Jaarboek Oud-Utrecht 2003

webpagina Oud-Utrecht


De voorstelling dat de Utrechtse bisschop halverwege de negende eeuw zijn zetel moest ontvluchten en meer dan 60 jaar in ballingschap heeft doorgebracht vanwege de voortdurende vikingaanvallen, geeft een ongenuanceerd en onjuist beeld. Ongenuanceerd omdat voor elk van de drie prelaten Hunger, Odilbald en Radbod aparte omstandigheden golden. Onjuist omdat de ballingschap minder continu was dan wordt voorgesteld en de oorzaak maar zelden in een vikingaanval gevonden kan worden.

Hoewel Utrecht een onopvallende grensplaats van het dukaat Frisia was, moet deze plaats met zijn bisschopszetel toch vermeldenswaard geweest zijn. Opmerkelijk is daarom het - op één geïsoleerd en verdacht bericht na - ontbreken van enige contemporaine verwijzing naar Utrecht in verband met welke Noormannenaanval dan ook. Toch neemt Utrecht een vaste plaats in de vaderlandse historiografie in als het om dit soort aanvallen gaat. De raid van 'kwaadaardige barbaren' op Utrecht, uitgevoerd in 857, heeft haast mythische vormen aangenomen. We moeten dan ook vaststellen dat de Frankische anti-Deense historiografie een loopje heeft genomen met latere historici. Alleen voor de periode 834-850 valt niet uit te sluiten dat de Noormannen Utrecht enige malen hebben aangedaan. De overdreven kwaadaardig voorgestelde, maar toch zeldzaam voorkomende vikingtochten in het Sticht Utrecht behoorden tot een 'ongemak' die in geen verhouding stond tot de vele troebelen die deze roerige tijd kenmerkten. We moeten ons daarom de destructieve invloed van vikingaanvallen op Utrecht niet al te dramatisch voorstellen.

Startpagina